Afgeprijsde Thames & Hudson kunstboeken

oktober 28, 2011 · Posted in Review · Reacties uitgeschakeld 

In London kocht Wouter een aantal deeltjes uit de serie World of Art, die met inmiddels meer dan 150 titels zo'n beetje de hele kunstgeschiedenis bestrijkt. De boekjes zien er prachtig uit, met veel illustraties op glanzend papier en hebben altijd een bibliografie achterin voor wie meer wil lezen. Wij hebben de volgende titels, van €15,00 voor €7,50:

Five centuries of British Painting, from Holbein to Hodgkin - Andrew Wilton
Gainsborough - William Vaughan
Realism in 20th Century Painting - Brendan Prendeville
Italian Architecture from Michelangelo to Borromini - Andrew Hopkins
Art of the Middle Ages -Janetta Rebold Benton
French Painting in the Golden Age - Christopher Allen
Italian Baroque Sculpture - Bruce Boucher
Red figure vases of South Italy and Sicily - A. D. Trendall

Presentatie ‘Nietzsche & het nihilisme’ gemist? Lees hier prof. Ger Groots voordracht

oktober 24, 2011 · Posted in Review · Reacties uitgeschakeld 

NU in voorraad Nietzsche & het nihilisme van prof. dr. Paul van Tongeren. Dit mooie doosje is zaterdagavond gepresenteerd bij Roelants met een lezing van prof. dr. Ger Groot (bijzonder hoogleraar Filosofie en Literatuur aan de RU). De stemming was zeer feestelijk en gezellig.. Was u er niet bij? U kunt de voordracht van Ger Groot hier nalezen..


Ein redener Mund und sehr viele Ohren

Voordracht prof. dr. Ger Groot bij de presentatie van de cd-box Nietzsche & het nihilisme van prof. dr. Paul van Tongeren. Boekhandel Roelants Nijmegen, 22 oktober 2011

Ergens in zijn lezingencyclus Über die Zukunft unserer Bildungsanstalten uit begin 1872 merkt Friedrich Nietzsche met verbazing op: ‘Wenn ein Ausländer unser Universitätsleben kennenlernen will, so fragt er zuerst mit Nachdruck: "Wie hängt bei euch der Student mit der Universität zusammen?" Wir antworten. "Durch das Ohr, als Hörer."’ Nietzsche werpt in deze lezingen een kritische blik op het gymnasium en de universiteit van zijn tijd - en stelt vast dat het oor het orgaan is dat de student met zijn onderwijsinstelling verbindt. De ontsteltenis van de hypothetische buitenlander die hij dit laat ontdekken wrijft Nietzsche zijn toehoorders (en ons, zijn lezers) vervolgens nog eens flink in: ‘Der Ausländer erstaunt: "Nur durch das Ohr?" fragt er nochmals. "Nur durch das Ohr," antworten wir nochmals. Der Student hört...’

            Ik wil U niet verhelen dat ik de afgelopen week, waarin ik de 7 cd’s van het college van Paul van Tongeren over Nietzsche en het nihilisme, heb afgeluisterd, af en toe zo’n 19e-eeuwse Duitse student voelde. Vooral wanneer ik daar aantekeningen bij probeerde te maken. Want, zo gaat Nietzsche verder, ‘Sehr häufig schreibt der student zugleich, während er hört. Das sind die Momente, in denen er an der Nabelschnur der Universität hängt.

Op dat ogenblik werd de metafoor die Nietzsche hier gebruikt wel érg letterlijk waarheid, dankzij een technische vooruitgang waarvan de late 19de eeuw nog in de verste verte niet dromen kon. Het beeld van navelstreng waarmee het studentenoor met de professorenmond verbonden is, is - met dank aan Bill Gates en de betreurde Steve Jobs - inmiddels werkelijk een snoer geworden : het dunne draadje waarmee mijn oortelefoon verbonden was met het zakcomputertje waarop de hele cursus in MP-3 formaat was opgeslagen.

Gecomprimeerd dus, maar daar leek het verhaal van Paul van Tongeren alleen maar des te intenser door te worden. Geen enkel moment kwam ik dan ook in de verleiding gehoor te geven aan wat Nietzsche vervolgens als het grote gevaar van dit oor- en schrijfcontact signaleert : ‘Er [de student dus] kann sich wählen, was er hören will, er braucht nicht zu glauben, was er hört, er kann das Ohr schliessen, wenn er nicht hören mag.’ Of liever: in de verleiding van dat laatste kwam ik niet, want naarmate het college vorderde werd de uiteenzetting alleen maar spannender.

Aan het eerste deel van die zin heb ik wel gehoor gegeven, zij het in de licht aangepaste formulering: Er [de student dus] kann sich wählen, wann und wo er hören will - want dat is tenslotte het gemak dat het draagbare hoorcollege ons belooft. En de tussenliggende zinsnede : er braucht nicht zu glauben, was er hört : ja, als kritische toehoorder heb ik dat voorbehoud voor mijzelf wel gereserveerd - maar verder dan dat hoefde het niet te komen. De even voorzichtige als diepgravende uiteenzetting van het hoorcollege gaf alleen maar aanleiding tot nieuwe inzichten, en tot bewondering voor degene die het uitsprak.

Ironisch is het natuurlijk wel, dat Nietzsche zijn kritische schets van de Duitse Bildungsanstalten  zo’n honderdveertig jaar later technologisch zou hebben kunnen zien herrijzen in een technologische constructie waarin zijn eigen inzichten zo helder en overtuigend worden uiteengezet. Anderzijds: voor oren had Nietzsche zelf bepaald geen minachting. Zelf beroemt hij zich er niet alleen op ‘kleine’ (en dus - zo mogen we begrijpen - fijnzinnige) oren te hebben, maar bovendien das dritte Ohr, dat - zo schrijft hij in Jenseits von Gut und Böse - allergisch is voor Duits-geschreven boeken - en juist daarin zijn goede oordeelsvermogen toont.

Op onze oren mogen we dus wel degelijk vertrouwen, aldus Nietzsche. Wat horen we dan, wanneer de stem van Paul van Tongeren het ‘derde oor‘ bereikt dat we ons als goede Nietzscheanen gemakshalve zelf toeschrijven? Weinig minder, zou ik zeggen, dan het drama dat zich volgens Nietzsche sinds tweeëneenhalf millennium in onze cultuur afspeelt, of liever: dat onze cultuur is.  Nihilisme, het woord dat in de titel van deze cd-box zo hecht (en terecht) aan de naam van Nietzsche geklonken wordt, is niet alleen een ziekte van de cultuur, het is de stuff van onze cultuur zelf.

En daarmee zo maakt Van Tongeren duidelijk, krijgt dit nihilisme-motief een wonderlijke methodische dubbelrol te spelen. Want de filosoof die (als we het een beetje ruim nemen) in ‘onze‘ tijd tracht deze cultuurziekte te diagnosticeren en te behandelen staat niet als een gezonde tegenover een zieke. Nee, omdat hij zelf ook tot deze cultuur behoort staat hij in de eerste plaats tegenover zichzelf. ‘Arts, help je zelf, moeten we hen toeroepen,‘ zo schrijft Nietzsche in een nagelaten aantekening. ‘De filosoof die zelf ‘arts en zieke in één persoon‘ is, kan arts van de cultuur zijn door de mensen te leren ‘filosoof voor zichzelf‘ te zijn,‘ aldus Paul van Tongeren.

Wie deze laatste zinsnede hoopt te horen op de vandaag gepresenteerde cd’s komt echter - voor zover ik heb kunnen nagaan - bedrogen uit. Ik ontleen haar aan een boek dat al twintig jaar geleden verschenen is, een essaybundel met de titel Nietzsche als arts van de cultuur, geredigeerd en ingeleid door (ook dan al) Paul van Tongeren. Met de citaten die ik zojuist gaf sluit hij dan, in 1990, zijn inleiding af. Helderder, gedetailleerder en vooral geduldiger dan toen weet hij in deze zeven hoorcolleges echter het intieme drama van het nihilisme in de cultuur in het algemeen en de filosoof (elke individuele filosoof) in het bijzonder te presenteren.

En precies daarin krijgt deze uiteenzetting niet alleen iets prangends, maar zelfs iets aangrijpends. Wat Nietzsche beschreef gaat ook ons nog aan, omdat de onverschilligheid, het waardenverlies en de gemakzucht waarmee elk moreel probleem wordt gereduceerd tot een puzzel van belangen - aldus Van Tongeren - ook en misschien we juist in onze tijd schaamteloos aan het licht komen. Als ergens nihilisme heerst, dan is het nu - zo stelt hij vast, en hij roept er hedendaagse getuigen als Geert Wilders en Piet Hein Donner voor als getuigen op.

Niet omdat het nihilisme pas nu zou zijn doorgebroken, zo wordt in de loop van de minutieuze analyse van de cultuurgeschiedenis (uiteraard altijd door Nietzsches ogen) duidelijk. Maar ironisch genoeg omdat wij dit nihilisme ínmiddels eigenlijk niet meer zo erg vinden. Net als de letzte Menschen die Nietzsche in Also sprach Zarathustra ten tonele roept (de onverschilligen die tevreden zijn met hun natje en hun droogje, hun ‘lustje voor de dag en hun lustje voor de nacht‘) vinden wij het eigenlijk wel best te leven in een wereld die alleen nog maar goed wil functioneren, maar zich om de leegte van dat bestel (als ik het wat heideggeriaans mag uitdrukken) niet meer bekommeren.

We leven in een tijd van ‘na de politiek‘ (en kregen daar een paars kabinet voor terug dat politiek inderdaad alleen nog maar opvatte als beheer), van ‘na de religie’ (die hoogstens nog op het ongevaarlijke terrein van het private, ‘achter de voordeur’, een rol mag spelen) en van ‘na de grote verhalen’ (die niettemin op wereldschaal hun gram zijn komen halen, waarop wij westerlingen vooralsnog geen antwoord weten). Dát is het nihilisme dat Nietzsche ziet aankomen, maar waarvan hij de diepste wortels ook in zichzelf bespeurt. En dus begint het genezingsproces van de cultuur allereerst bij de denker zelf - omdat het nihilisme misschien wel een wezenskenmerk van dat denken zélf is, en dus nauwelijks uit te roeien. Of minstens een wezenskenmerk van het geloof in de waarheid waarmee dit denken (filosofisch, wetenschappelijk, academisch) zo innig verweven is geraakt dat Nietzsche moet vaststellen dat ook hijzelf daarin nog altijd vroom is: schatplichtig aan een religieuze, of liever platoons-christelijke traditie die ook de zijne is.

Het genezings- of liever behandelingsproces dat Nietzsche de cultuur en om te beginnen zichzelf oplegt is dan ook allerminst zachtzinnig. Het moet ingrijpen tot in de diepste wortels van het organisme - en met een iets té romantisch opgerekte dramatiek zou je kunnen suggereren dat Nietzsche aan die operatie uiteindelijk zelf bezweken is. Tenslotte is de vraag of zijn Umnachtung filosofische, psychologische of (wat het waarschijnlijkst is) louter fysiologische oorzaken had uit het oogpunt van zijn eigen denken min of meer om het even. En mythe of niet, het dramatische beeld van de filosoof die in Turijn snikkend een mishandeld paard om de hals valt (op dit ogenblik opnieuw opgeroepen in de film The Turin Horse van de hongaarse regisseur Béla Tarr) is krachtig genoeg om de strijd van de filosoof met de hele westerse traditie èn tegelijk met zichzelf indrukwekkend te illustreren.

Het mooist komt deze strijd in de colleges van Paul van Tongeren naar mijn smaak tot uitdrukking in diens uitgebreide analyse van Nietzsches boodschap van de dood van God op de verschillende plaatsen in zijn werk waarop die ter sprake komt (niet alleen in de beroemde 125ste paragraaf van de Fröhliche Wissenschaft maar ook in het voorwoord van de Zarathustra en elders). We weten dan al (Van Tongeren heeft dat in zijn korte levensschets van Nietzsche op cd 1 al benadrukt) dat Nietzsche, van vaders èn moederszijde afkomstig uit een predikantengeslacht, het christendom met de moedermelk ingedronken had gekregen.

Maar nu krijgt die achtergrond het volle pond: de ontmanteling van het christendom is niet alleen een bevrijding, maar betekent voor Nietzsche om te beginnen een pijnlijk verlies, waarmee hij worstelt met een heftigheid die wij - geseculariseerde letzte Menschen - nog maar nauwelijks in zijn werk kunnen en misschien ook wel willen teruglezen. Van die typisch 19de-eeuwse worsteling zijn wij (of inmiddels het gros van ons) inmiddels verlost, zo menen wij - en bevestigen met die onnozelheid eens te meer het onuitroeibare karakter van wat misschien nog het beste ons ‘nihilistische geloof’ zou kunnen worden genoemd.

             Daartegenover betoont de arts Nietzsche zich een harde heelmeester, die ook zichzelf niet spaart. Wie alles om zich heen wil neermaaien moet ook zijn eigen benen niet sparen - zo citeert Paul van Tongeren enkele malen een romanfiguur van Toergenjev om dat radicalisme te illustreren. Daartoe zocht Nietzsche een eigen stem, die hij op overtuigende wijze vond in de heftigheid van zijn stijl. Hij gaf lucht aan zijn inzichten op een wijze en in een stijl die niemand koud kan laten, om het even of de reactie er een van opwinding en overgave dan wel van afkeer en verwerping was. De schriftuur van Nietzsche is geweldig, in alle betekenissen van het woord.

            Achter dat geweld en vooral achter die fragmentarische uitbarstingen van plotse doorzichten moet de lezer de gedachtegang voor een belangrijk deel reconstrueren, of misschien zelfs wel construeren, zo merkt Paul van Tongeren op een bepaald moment op. Inderdaad: tractaten opgebouwd langs de lijnen van de discursieve geleidelijkheid schrijft Nietzsche zelden. De tekst geeft de lezer aanstoot, zo heeft Gilles Deleuze ooit opgemerkt. Hij moet door wat hij leest in beweging worden gebracht, al dan niet verontwaardigd of tegenstribbelend, opdat zijn eigen geest zijn eigen denkbanen trekt - maar hij moet daarbij ook begrijpen wat Nietzsche zelf gezien moet hebben, al weerhield hij zich ervan die uitzichten voor zijn lezers tot in details uit te spellen.

            Wat Paul van Tongeren op deze zeven cd’s doet is achter de erratische en explosieve tekst van Nietzsche deze subtiele gedachtengang te (re)construeren. Laat je niet door de heftigheid van de tekst begoochelen, zo lijkt hij te zeggen. En laat je om te beginnen niet misleiden door de ondertitel van Nietzsches laatste grote aforismenboek Götzendämmerung¸ oder (zo luidt die ondertitel) Wie man mit dem Hammer philosophirt. Die hamer is geen slopershamer, zoals vaak wordt gedacht, waarschuwt van Tongeren. Het is het subtiele hamertje waarmee de arts (daar is hij opnieuw!) de patiënt beklopt om te zien wat er met hem mis is. Want kijk maar wat Nietzsche op de eerste bladzijde van zijn Voorwoord schrijft, gedagtekend op 30 september 1888, uitgerekend in Turijn. Daar noemt hij zijn methode een ‘Götzen aushorchen’: een uithoren van de afgoden (van het nihilisme, zo simplificeer ik maar even).

En jawel: ook daarbij komt het oor weer om de hoek kijken: Es giebt mehr Götzen als Realitäten in der Welt, zo schrijft Nietzsche dan: en mét van Tongeren weten we inmiddels wat dat betekent: de hele cultuur (inclusief de filosoof-arts zelf) is nog altijd bezeten van de ‘afgoden’ van het nihilisme, waarin ook ‘wij’ nog altijd ‘vroom’ zijn. Want, zo vervolgt Nietzsche dan: das ist mein ‘böser Blick’ für diese Welt, das ist auch mein ‘bösses Ohr’. Hoe luistert dat oor? Met behulp van het klophamertje, inderdaad, wil het als Antwort jenen berühmten hohlen Ton hören, der von geblähten Eingeweiden redet’ (de toon die spreekt van winderige ingewanden). De afgoden wier nieren hier geproefd worden (om het maar met een andere fysiologische metafoor te zeggen) blijken hol - en zullen altijd hol zijn.

Ik moet bekennen dat ik bij die toelichting van Paul van Tongeren lichtelijk van kleur verschoot. Want ook ik heb die ‘hamer’ (die in de beeldvorming van Nietzsche al lang van zijn precieze tekstuele vindplaats is losgezongen) wel eens als een ‘slopershamer’ opgevat. Dat was weliswaar in een werkstuk uit mijn studententijd, maar aangezien die laatste zo’n kleine 11 jaar geduurd heeft mag dat niet werkelijk als excuus gelden. Ik buig dus deemoedig het hoofd voor de tekstuele nauwgezetheid van Paul van Tongeren - en beloof plechtig zoiets nooit meer te zullen doen...

En toch. Iets bleef ik in deze prachtige uiteenzetting van Nietzsches denken over het nihilisme missen, en dat was precies het geweldige van deze teksten. Want spreekt Nietzsche in datzelfde voorwoord van de Götzendämmerung niet over een grosse Kriegserklärung die met dit boek wordt uitgesproken? Gaat subtiel denken hier niet gepaard met een ‘grote stijl’ (zoals Nietzsche het zelf noemt), die zich maar moeilijk laat verenigen met de nauwgezetheid van de bezonken reflectie? Laat de tekst van Nietzsche zich ook niet vaak kennen als een schriftuur van urgentie die voort wil en geen zitvlees heeft. Denken we aan de kritiek die Nietzsche elders uit op een opmerking van Flaubert. On ne peut écrire qu’assis, zo heeft die laatste ergens geschreven, en dan schrijft Nietzsche triomfantelijk: ‘ha! daar heb ik je!’ en hij noemt hem - niet toevallig in deze context - nihilist!

En zo is de cirkel rond. Alleen nihilisten gaan zitten om te schrijven, gebogen over hun eigen teksten en die van anderen. Precies dus wat wij filosofen altijd maar weer doen - en inderdaad: precies volgens de regels van de academische wetenschappelijkheid waaraan wij niet ontkomen. En waarom wij, filosofen, zoals Van Tongeren twintig jaar geleden al schreef, moeten leren ‘filosoof voor onszelf’ te zijn, dat wil zeggen: diagnosticus van onze eigen ziekte, die we vreemd genoeg in ons werk zowel leren doorzien als bestendigen.

Opstaan uit onze stoelen moeten we, kortom - zo houdt Nietzsche ons voor. Dat kan gehaast en vervuld van urgentie. Maar vaker, zo heeft Paul van Tongeren ons in Nietzsches levensschets dan al voorgehouden, nam ook zijn filosofische gang de vorm aan van een zwervend wandelen, liefst in het Zwitserse gebergte, waar hem (bij een memorabele kei of 10.000 voet boven de zeespiegel) zijn diepste gedachten invielen. Mét Nietzsche moeten we leren wandelen, zo lijkt Paul van Tongeren ons voor te houden, moeten we leren een Wanderer te zijn mit seinen Schatten, met wie wij af en toe een dialoog kunnen aangaan of waaraan wij ons ‘drittes Ohr’ kunnen lenen.

En onverwacht geeft deze cd-box ook daaraan een technisch vervolg, zoals eerder de navelstreng waarmee de student met zijn universiteit geacht werd verbonden te zijn zich transformeerde in het snoertje van mijn oortelefoon. Want met deze cd’s kan Nietzsche werkelijk een reis- en wandelgenoot worden voor ons, vandaag de dag. Geen Wanderer maar een Walkman und sein Schatten - al dan niet mee te nemen op Nietzscheaanse zwerftochten door het Ober-Engadin.

Ik begon met een ironische blik op wat Nietzsche over het universitaire onderwijs van zijn tijd wist te zeggen, en stelde vast hoe de techniek die horende studentenoren nu getransformeerd heeft tot een luisterscène waarin het ieder van ons vrij staat Van Tongeren te horen over Nietzsche, ‘wann und wo er hören will’. Ik wil uit het vervolg van die passage uit Über unsere Bildungsanstalten nog één paar woorden uitsnijden, als een ‘erratisch motto’ zoals Derrida het ooit genoemd heeft, en tegelijk als een zegenwens. Wat ik de box die we vandaag ten doop houden toewens is, ontdaan van alle Nietzscheaanse ironie, een toekomst die zich het beste laat omschrijven als : Ein redender Mund und sehr viele Ohren.’

Column Ruud de Quay – Jazz en zo (5)/Koopt Hollandschen waar: over Ab BAARS – Time to do your Lions

oktober 24, 2011 · Posted in Review · Reacties uitgeschakeld 

Jaren geleden,  het was een waarschijnlijk zonnige herfstzondagmiddag (maar het kan dat ook zomaar een berilde lentemiddag geweest, met een plets vol regen) speelde Ab BAARS  in 0 42 hier ter stede (024) een soloconcert. In een zaal die toen nog blauw heette. Daar  zaten toen welgeteld vier mensen, de kaartverkopers (m/v) inbegrepen, want  ik was de enige betalende toeschouwer. Halverwege de midag  wanjelde ook nog Michiel BRAAM binnen. Die besloot toen maar van de weeromstuit een blokje mee te slopen (want de piano stond er toch al  en ja zo’n decorstuk laat zich niet alleen blauwglimmen!)

Nu zou de menigste musicus van zoveel blauwte zich er snel van af hebben gemaakt. Maar niet Ab BAARS. Onbedaarlijk schroefde hij de tenorsax in stukken en liet daaruit met en via zijn adem wat graanwater pruttelen en reutelen. Stroefwarm.  Even later was ook de clarinet  aan de beurt  om te ontluchten en dus de ruimte te ontschroeven (was Baars een periode daarvoor, zo zei hij,  daarvoor –voor de clarinetschroeverij dus- bij John Carter in de leer geweest*.) de gotspe groteskst, verpakt zonder grootspraak.

Ik waande me  die middag getuige van wat ik toen nog niet precies wist: een leergang en dus levenlang ruimte vullen en verkennen. Met de adem van een onderzoeker die, schokkend kwetsbaar, ondervraagt onderzoekt zonder het antwoord te moeten willen weten.

Dat er anderhalve kop zat in de zaal (de blauwe zaal derhalve), deerde mij toen ruimschoots meer dan Ab BAARS. Die liet zich,  alleen maar door de ruimte en het te vullen geluimte aan te spreken, zich niet zomaar ontstemmen door een gebrek aan getuigen.

Inmiddels -we spreken zoveel opnames** en optredens verder (oa als vast middenrif van het  ICP Orchestra)- , is Ab BAARS  (1. wereldberoemd in het buitenland en 2.) geen spat veranderd. Geen millimeter geweken van de koers die alleen hij zich waren kan. Met de ademlong van het lang zal zich het leven af- en aanvragen, zoekt en schept Ab BAARS zich schrikwetend,  onverstoorbaar,  kwetsbaar verder, ook in de ruimte van mijn weerwarsigste oren.  

Zo  wasemt Ab BAARS zichzelf –intiemst- zichzelf de vraag: Ab BAARS meet zich ons de oneindige tijdigheid. In de geluidsruimte dus van het

Rauw en rouw rafelt zich dat  bij Ab BAARS. De luidspraak van ruimte en tijd is hem altijd zoekend:  de wanzang van de waanhoop tot waanklank en wondsloop. En altijd intiem, want altijd vragend met het hart op de huid. Zo schrijnt Ab Baars zich ons dit voort, altijd zoekend. Zonder het antwoord te hoeven heten.

De CD Time to do my Lions*** is een huiveringwekkend AB-heelal: een van de eerlijkste CD’s  die dit jaar werden uitgebracht. Zelden wordt zoekverloren leven zo hartstoffelijk in kaart gebracht.  Kortom: kopen dus –peeveedee, en snel een bietje- die AB-CD.

Ruud de Quay

 

* Voor een geluidsverslag luistere men Ab Baars Trio, 3900 Carol Count, 1992, GeestGronden 12/ BV HAAST (met mooibloedlijnhoestekening van Lucebert)

** Zoveel, maar in elk geval onder meer: Ab Baars Quartet, Kinda Dukish. Wig 12, 2008 en met het ICP neme men Weer is een dag voorbij, ICP 043 (2005), met een fABelachtig arrangement van oa Ellington´s Perdido.

*** Ab Baars (solo) Time to do my Lions, Wig 17, opnames uit 2008, uitgebracht ergens in 2010.

Dokter worden, dokter zijn. Prof. Holdrinets inspirerende toespraken gebundeld

oktober 22, 2011 · Posted in Review · Reacties uitgeschakeld 

Prof. Dr. Rob Holdrinet was internist-hematoloog in het UMC St. Radboud en hoogleraar ontwikkeling van medisch onderwijs aan de Radboud Universiteit tot zijn emeritaat in april dit jaar. Hij was stuwende kracht achter de grondige herzieningen van het geneeskundecurriculum door de Nijmeegse Medische Faculteit in de jaren ’90.  Als voorzitter van de examencommissie hield Holdrinet een aantal bevlogen toespraken bij de beëdiging van artsen aan het einde van hun opleiding in het UMC St. Radboud. De menselijke kwaliteit van de arts was een terugkerend thema in deze toespraken. Volgens Holdrinet zijn de belangrijkste waarden voor een arts ‘kennis van geneeskunde’ en ‘compassie met en aandacht voor de patiënt’.  De affectieve kant van het vak, echte aandacht voor de patiënt – dit is de belangrijkste ervaring in het medische vak en daarmee in het medische onderwijs.

De toespraken van Holdrinet zijn verzameld in de bundel Dokter worden, dokter zijn. Deze bundel was een cadeau van het UMC St. Radboud voor Holdrinet ter gelegenheid van zijn emeritaat. Het is tevens een cadeau voor alle (aankomende) artsen in ons land: de bundel geeft Holdrinets inspirerende visie op de best mogelijke geneeskunde en zorg voor de patiënt weer. De aanmoedigingen, prikkelende ideeën en wijze woorden die Holdrinet zijn studenten meegaf, zijn nu voor iedereen te lezen.

Dokter worden, dokter zijn is in een kleine oplage gedrukt en alleen bij Roelants verkrijgbaar (€20,-).

NRC ramsj wk 43: Verzameld werk Bruno Schulz van 69,- voor 20,-

oktober 22, 2011 · Posted in Review · Reacties uitgeschakeld 

'Bijna bibliofiel uitgegeven boek met het verzameld werk van Bruno Schulz (1892-1942): zijn romans De Kaneelwinkels en Sanatorium Clepsydra plus vijf verspreide verhalen. Schulz wordt beschouwd als een van de belangrijkste Poolse prozaschrijvers van de 20ste eeuw. Met twee leeslinten, zwart op snee en pentekeningen, eveneens van Schulz.' (Ewoud Sanders)

Bruno Schulz (vertaald door Gerard Rasch): Verzameld werk Gebonden, Meulenhoff 2006, 438 blz., van €55,- voor €20,–

Nieuwe Engelse ramsj

oktober 21, 2011 · Posted in Review · Reacties uitgeschakeld 

Vandaag pakten we een hele lading nieuwe Engelse ramsj uit. Omdat we van alle boeken maar enkele exemplaren hebben zijn ze niet te bestellen in de webshop. U kunt ze wel telefonisch of per e-mail bestellen, of gewoon bij ons langskomen natuurlijk. Bekijk hieronder het overzicht.

Al-Awaji – The Tents of the Tribe. Van €15,- voor €6,-
Arsuaga – The Neanderthal’s Necklace. Van €25,- voor €10,-
Baudrillard – Cool memories IV 1995-2000. Van €19,50 voor €8,-
Baudrillard – Impossible exchange. Van €19,50 voor €8,-
Gide – Urien’s Voyage. Van €12,- voor €6,-
Hobday – A Golden Ring. Van €37,50 voor €12,50
Kohn – Trust. Van €16,50 voor €8,-
McDowell – Between the Sheets. Van €25,- voor €10,-
Neiman – Moral Clarity. Van €30,- voor €14,-
Oz – Suddenly in the Depths of the Forrest. Van €19,50 voor €6,-
Tofield – Simon’s Cat beyond the fence. Van €19,50 voor €9,50

Vertaalde gedichten Tranströmer; komt U hem halen, voor de herstvakantie?

oktober 19, 2011 · Posted in Review · Reacties uitgeschakeld 

De vertaalde gedichten van Nobelprijswinnaar Tomas Tranströmer door Bernlef zijn vandaag binnengekomen! Deze bundel bevat de volledige werken van Tranströmer. Naast de dichtbundels die hij tussen 1954 en 1996 publiceerde, is een selectie met recenter werk opgenomen en een deel met autobiografische schetsen en jeugdherinneringen. (24,90)

De Nobelprijs werd Tranströmer toegekend vanwege zijn 'frisse blik op de waarheid, door zijn gecondenseerde en doorschijnende beelden'.

Dictionary of British Philosophers (Dutch uitverkocht)

oktober 18, 2011 · Posted in Review · Reacties uitgeschakeld 

Deze week wordt in de ramsj-rubriek van het NRC aandacht besteed aan een prachtig naslagwerk waarover we een tijdje geleden al berichtten. Een sets van twee boeken geeft een overzicht van Britse filosofen in de 17e eeuw. Van honderden filosofen worden kort de levensloop, geschriften, lessen en ideeën beschreven, met daarbij een bibliografie.

Dictionary of seventeenth-century British Philosophers twee gebonden delen in cassette, van 325,- voor 75,-



Dictionary of British Philosophers (Dutch uitverkocht)

oktober 18, 2011 · Posted in Review · Reacties uitgeschakeld 

Deze week wordt in de ramsj-rubriek van het NRC aandacht besteed aan een prachtig naslagwerk waarover we een tijdje geleden al berichtten. Een sets van twee boeken geeft een overzicht van Britse filosofen in de 17e eeuw. Van honderden filosofen worden kort de levensloop, geschriften, lessen en ideeën beschreven, met daarbij een bibliografie.

Dictionary of seventeenth-century British Philosophers twee gebonden delen in cassette, van 325,- voor 75,-



Bibliofiele editie Gestameld liedboek van Erwin Mortier nu bij Roelants

oktober 17, 2011 · Posted in Review · Reacties uitgeschakeld 

Boekhandel Roelants probeert alle jaren van z'n bestaan goede boeken te verkopen. Soms zijn goede ook mooi. Natuurlijk over smaak valt niet te twisten. Hoewel...

Gisteren bestelden we  Gestameld liedboek van Erwin Mortier in de speciale luxe editie. Deze luxe editie heeft een linnen omslag in verschillende kleuren. Bovendien is elk exemplaar genummerd, gesigneerd en bevat het een foto van een deel van het originele manuscript. Van deze editie van Gestameld liedboek verschijnen slechts 30 exemplaren; wij hebben er twee (voor U?) gereserveerd.

Erwin Mortier - Gestameld liedboek luxe editie €300

Komt het gerust eens bij ons in de winkel bekijken of bestel het boek in onze webshop.

Volgende pagina »