Welkom. Wolkom.

juni 2, 2011 · Posted in Nieuws · Comments Off on Welkom. Wolkom. 

Welkom op Boeklog.nl. Wolkom op Boeklog.nl. De Nederlandse boeklog waar u terecht kunt voor boekreviews en boekennieuws.

Bekijk ook eens onze andere sites: Verhaaltjes voorlezen en Poetry alive.

Hier uw link? Neem contact op met Boeklog via onze contactpagina.

Dankzij moderne technologie is het tegenwoordig mogelijk om boeken en teksten digitaal te publiceren en te lezen. Deze digitale boeken worden ook wel e-books genoemd en worden gelezen op computers of e-readers. Dergelijke readers vergemakkelijken het lezen, zijn handig voor onderweg en kunnen meerdere boeken tegelijk bevatten. Steeds meer mensen zien de voordelen van e-books in, de populariteit ervan is dan ook enorm aan het toenemen.

Op de dag van de Brexit

juni 25, 2016 · Posted in Clint Eastwood, Column, Hannes Holm · Comments Off on Op de dag van de Brexit 

Alles is wederkerend. We gaan slapen, staan weer op, gaan slapen… Verbreken relaties, beginnen  er opnieuw aan. Dezelfde misverstanden en zelfde verwachtingen. Het vormt het kader waarbinnen we ons verschansen en denken dat we veilig zijn: want herkenbaar. Ik was bij Latei aan de Zeedijk. Bij binnenkomst bestelde ik koffie en appeltaart. Appeltaart bij Latei, gemaakt met brokken appel en volkorendeeg. De lucht was vochtig en zwaar, de regen overvloedig, ook in Engeland. En terwijl de Britten niet wisten waar ze nu eigenlijk voor stemden, legde ik mijn laptop voor me op tafel. Keek naar de gekleurde formicatafeltjes. De jaren zestig afbeeldingen, in lijstjes aan de muur. Borduurwerken van twee naakten. Dacht aan Rob Scholte die in De Fundatie in Zwolle de muren van het museum volgehangen had met de achterkant van zulk gelijksoortige borduurwerken, op thema. Mooi tijdsbeeld, ook nog nooit zoveel stoffigheid bij elkaar gezien. Het was van een indrukwekkende benauwdheid. Zwaar en klam als de lucht buiten.

Ik trok de krant naar me toe om mijn rusteloze ogen een kader te geven. Filmrecensies. Ik las over de nieuwe film van de Zweedse regisseur Hannes Holm, Een man die Ove heet. Een gepensioneerde spoorwegingenieur, net weduwnaar en ‘topchagarijn’, niemand doet het in zijn ogen goed. Op alles heeft hij wat aan te merken. Dan krijgt hij een nieuwe buurvrouw, uit Iran. Zij herkend zijn gemopper niet. Zij is gevlucht en heeft geen tijd voor mopperen maar wel voor overleven. Ze brengt hem eten. Zo zorg je voor elkaar, met voeding (wat is er met ons westerlingen mis dat wij elke muntje uitsparen en karige maaltijden bereiden zodat er nooit iets te delen is?). En hoe die mopperpot daarvan opknapt, weer belangstelling voor het leven krijgt.

Toen moest ik aan Walt Kowalski denken. De Korea-oorlogsveteraan in Gran Torino van Clint Eastwood. Een brombeer die niks moet hebben van zijn Aziatische buren en de tijd waarin hij leeft verafschuwt. Ook hij krijgt weer menselijke trekken als zijn buren hun eten met hem delen. Met een schaal met voedsel kwamen ze bij hem binnen. Ik herinnerde me opeens de tijd dat ik naast een jong Marokkaans gezin woonde. Ze kwamen uit het Rifgebergte.

De jonge vader en de twee kinderen, een jongen en een meisje, hadden hun hoofd vol zwarte krullen. De krullen van de kinderen waren zijdezacht. Ik streek ze wel eens over het hoofd als ze door de heg onze tuin in kwamen. Kinderen strijk je nu eenmaal snel door de haren. Buurman had ook zwarte krullen die er dik en stug uitzagen. De jonge moeder droeg een hoofddoek. We groeten en glimlachten naar elkaar. Veel verder kwamen we niet. Tot mijn jongste dochter geboren werd, een thuisbevalling. Toen bezocht de (zeer) jonge moeder me aan het kraambed . Ze bracht een zelfgebakken brood en een net sinaasappelen mee. We spraken elkaars taal niet maar ik verzeker je dat ze dit tegen me zei: ‘Het brood is om op krachten te komen. Dat is nodig. En de sinaasappelen wekken de zon in je weer tot leven.’ Ik zweer het, dat is wat ze zei.

Toen bedacht ik dat we allemaal een Aziatische/Arabische of Afrikaanse buur moeten hebben. Met de gerechten die we voor elkaar maken zullen stille oorlogen overwonnen worden. Het delen van zacht geurende kokosgerechten, pittige currystoofpotten, knapperige loempia’s en zelfgebakken brood, zal ons allen verbroederen. Want met alleen Fish en Chips komen we er niet.

 

 

Eva Gerlach publiceerde onlangs haar nieuwe bundel ‘Ontsnappingen’

juni 23, 2016 · Posted in Eva Gerlach, Video · Comments Off on Eva Gerlach publiceerde onlangs haar nieuwe bundel ‘Ontsnappingen’ 

DichterBij is een serie van de VPRO over Nederlandstalige dichters. De filmpjes zijn een gedicht en een flard uit het dagelijks leven van de dichter.

Oogst week 25

juni 23, 2016 · Posted in Claudia Piñeiro, Eugenie Schoolderman, Konstantin Paustovski, Maarten 't Hart, Oogst, uitgeverij van oorschot, Wim Hartog · Comments Off on Oogst week 25 

Klein en groot 

juni 23, 2016 · Posted in Ambo/Anthos, Jan de Nijs, Recensies, Sara Taylor · Comments Off on Klein en groot  

De Kust – drie eilanden bij Virginia. De kust – dertien verhalen die kunstig tot een roman zijn samengesmeed. Het ene eiland is klein, het andere wat groter. Het ene hoofdstuk kort (zo’n acht pagina’s), het andere langer (ruim twintig pagina’s).
Het huis waar de ik-persoon uit het eerste verhaal woont, is ook klein: ‘een kamer beneden en twee kamers boven, allebei met een veranda, en volgens de telefoonmaatschappij en het elektriciteitsbedrijf en de belastingen bestaat het niet.’ Van de winkel waar de dorpsbewoners hun inkopen doen, wordt eveneens vermeld dat deze klein is en de schappen er dicht op elkaar staan.
Ook wat de andere personages betreft bestaat er een verschil tussen kleine, onschuldige kinderen en bijvoorbeeld een volwassen man met kleurloos haar dat steekt ‘uit de gaten van een John Deere pet en een T-shirt vol zwarte vegen autosmeer’, een man die kleine meisjes verkracht. Of een vader aan de drugs die zijn dochters mishandelt. En als dat eenmaal is gebeurd, zijn kinderen tot alles in staat …

Kleine kinderen
In enkele verhalen spelen kleine kinderen dat ze groot zijn. Onbeholpen als ze zijn. Als een oefening voor later. Maar een meisje wacht niet op een jongen totdat hij met haar wil trouwen; ze huwt een ander. En wordt mishandeld, terwijl de speelkameraad van vroeger niets onderneemt. Nog niet.
De kinderkamer is altijd plezieriger dan de keuken wanneer vader daar vertoeft. Dat was in 1876 zo (het verst terug in de tijd) en dat is in 2143 (het verst vooruit in de roman) nog steeds zo. Of het meisje nu blank is of halfbloed, knap of lelijk, een echte of een bastaarddochter.
En behalve echte kinderen en stiefkinderen zijn er ook oppaskinderen. En behalve slechte mannen zijn er ook slechte vrouwen die bijvoorbeeld dealen. Allemaal hebben ze hun eigen, totaal verschillende en raak getroffen taalgebruik.

Sfeer
De overeenkomst tussen de verhalen die samen de roman vormen, ligt niet alleen in de verschillende eilanden die samen de Kust vormen, en ook niet primair in de familie die wordt gevolgd van 1876 tot 2143 – en waarvan voorin het boek de stamboom wordt weergegeven –, maar vooral in sfeertekeningen. Je ziet als lezer de Victoriaanse huizen voor je, je ruikt ze zelfs. Je ziet de personages op de karakteristieke veranda’s zitten, zoals Medora met een pijp waarvan de tabak zowel haar lichamelijke als geestelijke pijn verdrijft. Je ziet de Kust voor je, waarvan het land zo plat is als een pannenkoek. ‘Er zijn maïsvelden en af en toe een huis, een eindje van de weg af, met een paar bomen eromheen, of een paar grafzerken, verweerd en verbleekt als een oud kunstgebit dat te lang op de vensterbank heeft gelegen.’

Alles bij elkaar is dit een boek van een onvoorstelbaar hoge kwaliteit. Zeker als je weet dat het om een debuut gaat van een in 1988 in Virginia geboren schrijfster, die momenteel in Groot-Brittannië promotieonderzoek doet. Inmiddels is haar debuut genomineerd voor de Baileys Prize, de Guardian First Book Award en de Young Writer of the Year Award. Het is ook nog eens mooi vertaald, al komt een alinea als deze qua afwijkend woordgebruik wat vreemd over: hij ‘liep schuins de heuvel op (…). Achter een bosje bijzonder dicht kreupelhout bleef ze staan wachten tot hij haar weer had bijgehaald.’ Maar dit doet verder niets aan de kwaliteit van de roman af. Een boek om langzaam te lezen, verhaal voor verhaal.

 

Masterclass Literair Recenseren

juni 22, 2016 · Posted in Agenda, Arjen Fortuin, Jaap Goedegebuure, Kiki Coumans · Comments Off on Masterclass Literair Recenseren 

Literair Nederland – een der oudste en grootste  recensiesites van Nederland – organiseert i.s.m. Het Literatuurhuis in Utrecht een tweedaagse masterclass ‘Literair recenseren’. De masterclass wordt gegeven in Het Literatuurhuis in Utrecht door Arjen Fortuin en Jaap Goedegebuure (literatuur) en als gast Kiki Coumans (poëzie.)

Arjen Fortuin (NRC Handelsblad)
‘Een goede recensie is boven alles een goed stuk. Een recensent heeft het niet goed of fout; een boek is geen kruiswoordpuzzel.De recensent schrijft niet voor schrijvers of andere critici, maar voor lezers. De criticus is een voorproever zonder vrees.’

Jaap Goedegebuure (o.m Trouw)
‘Een criticus haalt zijn gelijk, als hij dat al ooit zou kunnen krijgen, door de overtuigingskracht waarmee hij sterke en zwakke plekken aanwijst, een patroon van ideeën blootlegt, waanideeën ontmaskert, verbanden en verwantschappen zichtbaar maakt. Hoe persoonlijk van toon en inzet ook, een recensie kan niet buiten de tekst van het besproken boek om.’

Kiki Coumans  poëzierecensent Awater)
‘Een goede recensent is iemand met een scherpe blik en een genuanceerd oordeel. Een goede recensie maakt je eigenlijk altijd benieuwd naar het besproken boek, ongeacht het oordeel.’

Theorie en praktijk
Tijdens de master zal onder andere stil gestaan worden bij de volgende vragen: Wat zijn de noodzakelijke elementen van een recensie; Wat kun je wel en wat kun je niet opschrijven?; Hoe schrijf je over poëzie?; Heb je als recensent plichten?; Hoe kun je jezelf verbeteren als recensent?

Voor de tussenliggende week wordt een opdracht ‘recensie schrijven’ meegegeven, die tijdens de tweede dag besproken zal worden.

Er zijn nog 10 plaatsen open voor deze tweedaagse Masterclass. De kosten zijn €175, (lunches en borrel inbegrepen).  Na deze master kan je eventueel aan de slag als recensent bij bijvoorbeeld Literair Nederland.

De masterclass staat open voor een ieder die door opleiding of veel leeservaring zich wil bekwamen of verbeteren in het schrijven van literaire recensies.

Inschrijven voor de tweedaagse Masterclass recenseren kan hier.

 

 

 

Dichten op de korte baan

juni 22, 2016 · Posted in Chris van Geel, Column · Comments Off on Dichten op de korte baan 

Chris van Geel was een specialist op de korte baan, maar soms maakte hij het wel bont. In zijn verzameld werk komen vijf gedichten voor van slechts één regel. Kan zoiets nog een gedicht heten?

Jawel, althans volgens het Lexicon der poëzie van Cees Buddingh’. Een eenregelig gedicht heet een ‘monostichon’ en als voorbeeld geeft hij Spreuk van L.Th. Lehman: ‘De vogel Valdood vliegt ook tegen beter weten’.
Hm, ‘monostichon’, nooit van gehoord. En de titel Spreuk suggereert dat we hier niet zozeer met een gedicht te maken hebben als met iets anders. De spreuk, het spreekwoord, de sententie, het grafschrift, de krantenkop, de toverformule, het gebed – allemaal vormen van taal op de korte baan die we niet meteen geneigd zijn op hun dichterlijke merites te beoordelen.
Terug naar Van Geel. Zijn aller-allerkortste gedicht luidt:
Eenvoudig, de duinen, eenvoudig.
Het komt uit de bundel Het zinrijk. Ik durf deze regel niet tussen aanhalingstekens te zetten; de tekst zou eronder bezwijken.
Beschouwen we deze vier woorden in formele zin als gedicht, dan valt ons op: 1) het gedicht heeft geen titel, die ons zou kunnen helpen het gedicht te begrijpen; 2) metrisch bestaat het uit drie amfibrachen; 3) syntactisch bestaat het gedicht uit drie zinsdelen; 4) de zinsdelen vallen samen met de versvoeten; 5) de drie delen kunnen we van plaats laten verwisselen zonder dat dat voor het begrip iets lijkt uit te maken; 6) het gedicht bevat geen werkwoord, waardoor we niet weten wat ‘de duinen’ voor zinsdeel is; 7) als dichterlijke kunstgrepen herkennen we naast het metrum de herhaling en de alliteratie.
Lezer, zo komen we er niet. Want het vergaat u ongetwijfeld net als mij. De overwegende indruk blijft: Wat betekent dit? Wat bedoelde die man? Waarom zoiets gepubliceerd?
Nu is het bekend dat Van Geel dol was op de duinen. Hij woonde er een groot deel van zijn leven. Vaak maakte hij nachtelijke wandelingen door de duinen. Veel van zijn natuurobservaties vinden daar hun oorsprong. We mogen daarom aannemen dat in dit gedicht ‘eenvoudig’ niet misprijzend is bedoeld.
In het dagelijks taalgebruik wordt ‘eenvoudig’ wel gebruikt in de betekenis van ‘dat spreekt voor zichzelf’, ‘dat ligt voor de hand’. Misschien is dat hier ook zo. ‘Zeg Chris, waarom ga jij niet in de stad wonen?’ ‘Nou, eenvoudig, de duinen’. ‘Wat een rare tekening, Chris. Wat moet dat nou weer voorstellen?’ ‘Eenvoudig, de duinen, eenvoudig’.
Het gedicht krijgt zo beschouwd iets polemisch; de dichter moet iets zeggen dat wat hem betreft niet gezegd zou hoeven worden omdat het zo vanzelfsprekend is.
Je kunt uitweiden over de kwaliteiten van je geliefde en daarbij ervaren dat woorden tekort schieten. Misschien waren de duinen voor Van Geel ‘te mooi voor woorden’. We kunnen ‘onuitsprekelijk gelukkig’ zijn. Ook kan iets ‘onnoembaar’ zijn in de betekenis van ‘zeer groot’ (mijn oude Van Dale geeft de fraaie voorbeeldzin ‘onnoembare driften sloopten hem geheel’).
In de mystiek is ‘het onuitsprekelijke’ zelfs het allerhoogste, iets wat Gerard Reve kort en bondig onder woorden bracht toen hij zei ‘Er moet een God zijn, geen gelul’. Je wilt wel iets zeggen maar je kunt het niet en toch moet je. Of beter gezegd, hét moet, het moet eruit. Uit arren moede zeg je dan maar iets onbegrijpelijks of iets banaals. Denk aan Gorters ‘ik wil u zeggen een zo lief wat, maar ‘k weet niet wat’.
In het Zen-Boedhisme krijgen leerlingen naar het schijnt een ‘koan’ ter overpeinzing, een soort raadselspreuk waar het analytische verstand zijn tanden op stuk bijt. Als de frustratie en verbijstering niet meer te harden zijn, is de leerling rijp voor de verlichting. Satori! Zou ook dat in dit gedicht besloten kunnen liggen? Dat we beseffen hoe hoog de dichter tracht te reiken?
Nooit zullen we het zeker weten, maar laten we dit gedicht opvatten als de nietige expressie van iets kolossaals. Om met William Blake te spreken: ‘a world in a grain of sand’. De vier woorden van Van Geel lijken het best te parafraseren als: Ah! Oh! Aaaaaaah!!! Een schreeuw van extase, een zucht van verrukking, een gesmoorde kreet over de ontoereikendheid van de taal. Alledrie. En dat in vier woorden.

Drie en een halve kilo verleden tijd

juni 22, 2016 · Posted in Hugo Brandt Corstius, Jelle Brandt Corstius, Recensies · Comments Off on Drie en een halve kilo verleden tijd 

Hugo Brandt Corstius liet zijn kinderen weten dat ze hem na zijn dood maar in een vuilniszak moesten stoppen en ergens dumpen…
Dat leek hen toen het er op aan kwam – hij overleed op 28 februari 2014, 78 jaar oud – toch wat te radicaal en gezien het beperkte volume van vuilniszakken ook moeilijk uitvoerbaar. Bij gebrek aan betere ideeën lieten ze hem cremeren. Maar wat te doen met het resultaat, de as?
Zoon Jelle, uit zijn evenwicht door de snelle hersenverweking en daarop volgende dood van zijn vader, hoopt weer rust in zijn hoofd te krijgen door de as te verstrooien op de Middellandse Zee, ter herinnering aan de fietstochten die ze samen gemaakt hebben.

Met ‘de conditie van een oude duif‘ en zonder veel voorbereiding gaat hij op de fiets langs bij het crematie-oord om de lange tocht te beginnen. Dat de verbrande resten van zijn vader drie en een halve kilo blijken te wegen dreigt het plan te verstoren, want daarvoor is geen plaats in zijn al overvolle fietstassen. Dankzij de welwillende dame van het ashuis gaat hij uiteindelijk op pad met een zakje van purper satijn met een strik eromheen, waarin een paar ons van zijn vader is opgeborgen. Die het hele idee van deze reis volstrekte dwaasheid zou vinden.
De tocht duurt twee weken, waarvan elke moeizame etappe en bizarre slaapplek met precisie wordt beschreven, inclusief de Nederlanders die Jelle af en toe tegen komt en die hem wijzen: Rusland is díe kant op! In die twee weken verandert hij van een snel ontroerde, onevenwichtige, bangige, door zijn vader plotseling verlaten zoon, in een afgetrainde volwassen wielrenner die – eens een documentairemaker altijd een documentairemaker – de lezer voorziet van nuttige adviezen mocht hij ooit een hoge berg per tweewieler willen beklimmen. ‘Beter is het om meteen aan het begin van de klim even te stoppen, veel water te drinken en eens goed naar de berg te kijken. Hoe loopt de weg, hoe lang is hij en wat voor helling heeft hij? Zie ik daar nou een auto door een haarspeldbocht gaan? Ligt er halverwege al een dorp? Dan zal de weg daar weer omlaag gaan. Dan kijk je naar de lucht. Bij een lange klim en goed weer loont het de moeite om een laag kleding uit te trekken.’

Excentriekeling
Maar voordat hij tot deze volwassenheid is gerijpt beschrijft Jelle zonder gene de genegenheid, de woede en de schaamte die zijn vader bij leven en welzijn in hem los maakte. Want Hugo Brandt Corstius behoorde tot het mensentype van de excentrieken, waar ze in Engeland dol op zijn, maar die in Holland vooral het ‘doe maar gewoon dan doe je gek genoeg’ oproept. Overal voordringen en er een geheel eigen wijze van dansen op na houden zijn maar twee van de vele eigenaardigheden die zijn lust en zijn leven waren, tot schaamte van zijn kinderen als ze erbij waren. Dat hun vader niet alleen universitair docent semantiek en computerlinguïstiek was maar ook onder allerlei schuilnamen briljante maar vaak vileine columns schreef was zijn kinderen niet onbekend, maar dat deel van zijn leven ging langs hen heen. Wat ze ervan merkten was wel wel dat hij altijd aan het werk was en weinig tijd had voor het vaderschap. De kinderen waren dan ook vooral op de wereld gekomen omdat hun moeder dat wenste. Toen zij op haar 34ste overleed aan huidkanker bleven zij over met een vader die weinig geneigd was affectie te tonen, maar op onverwachte momenten toch toegankelijk bleek te zijn. Al met al eerder een gekke oom dan een ouder.

Met smaak vertelt Jelle in As in tas over de eigenaardigheden van de man die door een bizar toeval zijn vader was maar zich daar niet naar gedroeg en aan wie hij in de loop van de tijd toch erg verknocht raakte. Hugo Brandt Corstius had bijvoorbeeld de neiging zich op allerlei prestaties te laten voorstaan, die hij misschien wel maar vaak ook niet verricht had. Liegen was dat niet, meer het oplaten van proefballonnetjes, kijken tot hoever hij kon gaan.
Hij bezat de kunst om dingen zo stellig te zeggen dat je ze ging geloven.(…) Zo kon hij mij alles wijsmaken; zoals ‘Ik zat ooit bij de Black Panthers’ of ‘Ik belandde ooit in de gevangenis omdat ik met zwarten vooraan in de bus ging zitten’. Zo zou hij ook onder meer de magnetron hebben uitgevonden. En het internet. Later ging ik natuurlijk wel twijfelen aan al deze mededelingen. Daardoor ga ik er per definitie nooit van uit dat iemand de waarheid spreekt. Want als je vader tegen je liegt, wie kun je dan wel nog geloven? (…)En toch: ik wist nooit helemaal zeker dat het niet waar was. Hij was nou eenmaal een wonderlijk stripfiguur, en die maken wonderlijke dingen mee. Toen ik een abonnement op The New York Times nam, kreeg ik er toegang tot het archief bij. Zonder erbij na te denken tikte ik de zoekterm ‘Brandt Corstius’ in. Er kwam één resultaat uit. Een artikel van 1 september 1961 met de kop ‘DUTCH WRITER FREED – New Orleans judge drops charges in race incident.Bleek dat hij was opgepakt toen hij met Afro-Amerikanen voor in de bus was gaan zitten.’

Als Jelle en zijn vader een treinreis door Rusland maken blijkt al snel dat één van Hugo’s beweringen niet klopt:
Uiteraard had mijn vader voordat we op reis gingen beweerd dat hij vloeiend Russisch sprak. Hij kende inderdaad één zin uit zijn hoofd: ‘Ja ne snaiu gde on’, ‘Ik weet niet waar hij is’. Verder kon hij heel goed knikken alsof hij de conversatie prima volgde. Dan had ik dus een gesprek met een Rus over de werkloosheid in Irkoetsk, waar mijn vader heel begrijpend bij knikte, om ineens ‘Ik weet niet waar hij is’ te zeggen. ‘Ik weet ook niet waar hij is,’ antwoordden de Russen dan meestal verontwaardigd. Voor de duidelijkheid: ze vroegen nooit ‘Welke hij bedoel je?’, maar gingen zonder hapering mee in het universum van mijn vader.

Liggen op vaders rug
Het is moeilijk de verleiding te weerstaan om grote delen uit As in tas te citeren, want de fietstochten die Jelle met zijn vader maakte en die hij in dit boek herhaalt leveren veel mooie anekdotes op.

’s Avonds, als mijn vader een smerig vegetarisch gerecht voor zich had staan, zei hij altijd, terwijl de serveerster wegliep: ‘Wat heeft zij een dikke kont.’ En altijd net te hard, zodat de serveerster het ook kon horen. Dat had ik maar te accepteren: wie een leuke tijd wilde doorbrengen met mijn vader moest die pesterijen voor lief nemen. Als mensen kwaad werden was hij volgens mij het gelukkigst. Dat betrof niet alleen zijn stukjes in de krant, maar ook het dagelijks leven. De tochtjes duurden daarom ook nooit langer dan twee dagen, dan was ik de pesterijen zat.

Maar heel dicht bij de ergernis was ook de affectie:

‘Na het wijn drinken (…) en het beledigen van de serveerster kwam altijd het slapen in de hotelkamer. Mijn vader deed dan eindelijk zijn overhemd met enorme zweetvlekken uit en ging onder de douche, waar hij zich schoor zonder scheergel of spiegel. Met een bebloed gezicht kwam hij dan naast mij liggen. Vrij snel ging het licht uit, waarna de echte gesprekken begonnen. Over de liefde en soms zelfs over ons gezin. Mijn vader viel meestal als eerste in slaap, per slot van rekening had hij bijna alleen de fles leeggedronken. De geur van het overhemd waarde dan nog steeds door de kamer. Het was ongelooflijk dat die geur niet minder werd, elke keer dat ik inademde dacht ik: papa. Die geur was overigens heel aangenaam, voor mij in ieder geval. De eerste jaren na de dood van mijn moeder kroop ik vroeg in de ochtend, in een soort halfslaap, in het in het bed van mijn vader. Het was een rond bed, een reliek uit de jaren zeventig. Ergens in die cirkel lag mijn vader, en dan ging ik boven op hem liggen.’

Met As in tas schreef Jelle Brandt Corstius de dood van zijn vader van zich af. En de lezers van het boek maken kennis met de echte Hugo Brandt Corstius. Ze gaan onherroepelijk van hem houden. Iets wat hij nooit gewild zou hebben. Maar gelukkig nooit te weten zal komen.

Deeg, vruchten en chocolade

juni 21, 2016 · Posted in Onno Wesseling, Recensies, Uitgeverij De Geus · Comments Off on Deeg, vruchten en chocolade 

Voor Lennart Willoughby, de hoofdpersoon in Suiker, zit het leven aanvankelijk flink tegen. Hij wordt geboren als onwettige zoon van een graaf uit Beieren, August von Schauenstein-Hirschbach, en blijft als bastaard een buitenbeentje in het kasteel van zijn vader. Zijn echte moeder, die als dienstmeid voor de graaf werkt, wordt na Lennarts geboorte ontslagen. Door de pesterijen die Lennart het leven zuur maken, vertrekt hij richting Zwitserland, om daarna vanuit Italië met een vrachtschip mee te kunnen varen naar Engeland, het land van zijn geliefde (stief-)moeder. Alleen zal het zover niet komen. Onderweg leert hij bij toeval een Zwitserse meester-patissier kennen, die hem meeneemt naar Venetië, waar hij Lennart de kneepjes van het banketbakkersvak bijbrengt. Het vertrouwen dat de oude Zuckerbäcker in hem stelt, vergroot Lennarts zelfvertrouwen, en hij gaat op zoek naar ‘het geheim’ van zijn meester, zodat hij diens zaak kan overnemen.

Eenzame bastaard
Suiker is de tweede historische roman van Onno Wesseling, die twee jaar geleden debuteerde met De eeuw van Carlos Moreno Amador, over het tragische leven van Italiaanse immigranten in Argentinië aan het begin van de twintigste eeuw. Suiker speelt zich af rond dezelfde periode, maar deze keer is Wesseling dichter bij huis gebleven. Met gevoel voor detail schetst hij de couleur locale van Venetië, inclusief schilderachtige steegjes en rijkversierde maskers. Toch vormen de jaren in het Beierse slot de meest indrukwekkende scènes in het boek. De eenzaamheid van Lennart, die wordt gepest en geïntimideerd door zijn broers en zijn vader, wordt versterkt door de enorme afmetingen van het kasteel, waar hij is weggestopt in een kleine zolderkamer die zover mogelijk van de andere slaapkamers afligt. Lennart vindt troost in de literatuur, die zijn stiefmoeder Amanda Willoughby hem bij kaarslicht voorleest, en in de keuken. Alleen daar voelt Lennart zich veilig en observeert hij hoe gerechten worden klaargemaakt en leest hij boeken met recepten. De manier waarop het keukenpersoneel zich aarzelend over de merkwaardige, verstoten zoon van de graaf ontfermt, is ontroerend en geloofwaardig. Ze hebben immers geen behoefte aan pottenkijkers, maar weten ook (in tegenstelling tot Lennart zelf) dat de jongen bij hen hoort.

Zoet banket
De dubbelzinnigheid in het gedrag van de personages en de beklemmende sfeer van het sombere Duitse kasteel, maken in de loop van de roman plaats voor het zonnige Venetië, dat met zijn grachten, kerktorens en pittoreske pleinen het decor vormt voor de verdere ontwikkeling van de onfortuinlijke protagonist. Als talentvolle leerling van de beroemde banketbakker L’Orsa baant hij zich een weg van de spoelkeuken naar het atelier, waar de mooiste en lekkerste creaties van deeg, vruchten en chocolade worden gemaakt. Deze scènes zijn stilistisch niet allemaal even sterk en Wesseling laat door zijn woordkeuze soms weinig aan de verbeelding over.

Pas bij de poort vond hij Madlaina weer. Met haar schoen probeerde ze een plas braaksel met aarde en bladeren toe te dekken. 

Op andere momenten doet de plastische beeldspraak afbreuk aan de illusie die Wesseling probeert te creëren.

De zon was al langs de muren omhoog gekropen en had de kleuren van de stad gestolen, die hij nu uitsmeerde in een palet van geel, roze en rood over de toppen van de kerktorens […]

Bouwwerk
Wesseling gaat vakkundig om met uitstel van informatie en cliffhangers aan het einde van een hoofdstuk, waardoor spanning ontstaat. Zo is het lange tijd de vraag of Baci di Cielo, de roemruchtige banketbakkerij waar Lennart werkt, uit handen van de concurrent blijft. Ook is er veel onduidelijkheid over de verdwijning van Lennarts geliefde. Maar de manier waarop Wesseling personages psychologisch uitwerkt, is minder overtuigend. Sommige reacties komen geforceerd en ongeloofwaardig over. Lennarts geliefde, een milde, intelligente en humorvolle vrouw die van avontuur houdt, wordt bijvoorbeeld heel erg boos wanneer ze zichzelf per ongeluk in een verlaten villa opsluit. Lennart kan haar niet meteen helpen, omdat hij haar niet goed hoort. ‘Je bent een sadistische klootzak, Lennart!’ reageert ze later, waarna ze hem slaat. Omdat Lennart geheimen voor zich houdt, komt hij wel vaker in de problemen. Wesseling volstaat met de mededeling dat hij geen slecht mens is, ‘maar alleen bang vanaf zijn eerste uur’.

Heftige ontknopingen en onverwachte wendingen maken een roman, die toch in eerste instantie wordt gedragen door de personages, er niet per se beter op. Als bouwwerk staat Suiker daarom overeind, maar de architect is nog niet helemaal aan de inrichting en de aankleding toegekomen.

Kees Fens

juni 21, 2016 · Posted in Blog, Kees Fens, martin bril · Comments Off on Kees Fens 

Kees Fens woonde bij ons antiquariaat om de hoek. Wij – mijn compagnon en ik – begonnen in 2001 een antiquariaat in de Hartenstraat, een van de negen straatjes in het centrum van Amsterdam. Menig bekende Nederlander en veel bekende en minder bekende schrijvers hebben we in onze winkel over de vloer gehad. Johan Cruijff, Rem Koolhaas, Connie Palmen – waarvan we ook boeken kochten – en Gerrit Komrij om er een paar te noemen. Martin Bril was een van de graag geziene klanten. Mijn compagnon ging om de zoveel jaar bij Bril langs om boeken uit zijn collectie mee te nemen, veel literatuur, biografieën en muziekboeken. Ik stond een keer met Bril voor de etalage te praten en naar buiten te kijken en ineens schoot hij de straat op en riep nogal luidruchtig: ‘Kees, Kees, wacht even.’

Met grote passen stapte hij op een man af in een lange creme-kleurige overjas en dito gekleurde hoed op. Daar liep Kees Fens  door de Hartenstraat op weg naar zijn huis op de hoek van de Keizersgracht. Hij begroette de druktemaker hartelijk. Samen liepen ze verder. Dat moet rond 2006 zijn geweest. Kort daarna was ik bij Fens om boeken te kopen, die opgestapeld stonden langs de kasten met poëziebundels en andere parels. Tot aan zijn dood kocht en las hij alle poëzie die uitkwam in Nederland, van debutant tot gevierde dichter. Wat een hongerige geest had hij, tot vlak voor zijn dood in 2008. De boeken die ik meekreeg had hij vaak enige tijd daarvoor gerecenseerd voor de Volkskrant, niet alle boeken kon hij meer in zijn kasten kwijt. Als ik kwam moest ik meestal eerst even met hem zitten en dan bespraken we de actualiteit – vaak voetbal – en het verbaasde me steeds weer dat ik – dertiger damals – met deze erudiete man een evenwaardig gesprek kon voeren.

Fens nam je als gesprekspartner serieus. En dat zal vast niet zijn gekomen doordat ik zulke scherpe en intelligente opmerkingen maakte, maar eerder door zijn eigen open houding naar jou, als mens toe. Ik begin er bijna filosofisch-christelijk over te spreken, maar zo ging het wel. Naastenliefde, om in religieuze temen te blijven, moet hoog bij hem in het vaandel hebben gestaan. Fens toonde me dat je met onbevooroordeeld zijn en open naar alles wat er om je heen gebeurt, je tot op hoge leeftijd soepel van gedachten kunt zijn. En daarmee ook blijft deelnemen aan het leven. Zo kan ik me herinneren dat Fens eens in een tv-programma zat met Bas Heijne als presentator. Rudy Kousbroek en Henk Hofland zaten ook aan tafel en ze hadden het over het woord ‘leuk’. Kousbroek en Hofland zaten letterlijk en figuurlijk als oude mannen onafgebroken af te geven op dat woord dat zou staan voor de vervlakking in de samenleving. Het cultuurpessimistische gepruttel was niet van de lucht. Maar Kees Fens vond dat allemaal wel meevallen en liet een veel minder somber geluid horen. Hij was eerder een kritische relativist dan een somberman. Het voedde mijn sympathie voor hem. Als ik aan Kees Fens denk, dan weet ik weer hoe in het leven te staan. Wat een leuke man was dat.

 

 

Alex Boogers spreekt jaarlijkse literaire bergrede uit

juni 20, 2016 · Posted in Agenda, Alex Boogers · Comments Off on Alex Boogers spreekt jaarlijkse literaire bergrede uit 

Van 23 tot 25 juni vindt in de binnenstad van Arnhem de tweede editie van het literaire festival Nieuwe Types plaats, waarin op zoek gegaan wordt naar de staat van het verhaal. Drie dagen lang een blik in de toekomst van de literatuur. Het festival vestigt de aandacht op nieuwe schrijvers, nieuwe verhalen en nieuwe vertelvormen.

Elk jaar wordt er dan ook een schrijver gevraagd door Wintertuin die de Staat van het Verhaal uitspreekt, een bergrede over een prangende, actuele kwestie die de toekomst van de literatuur zal bepalen. Dit jaar is de eer aan Alex Boogers.

Boogers ontvingt voor zijn laatste roman Alleen met de goden de Boekhandelsprijs 2016. Bovendien stond de roman op de shortlist voor de Libris Literatuurprijs. Boogers maakte naam met indringende boeken en onlangs met het pamflet De lezer is niet dood. Hij gelooft in de zeggingskracht van literatuur en roept op tot idealisme. Maar niet umsonst. Het zijn de uitgevers, de schrijvers, de podia, de journalisten en de leraren die ervoor moeten zorgen dat de lezer niet omkomt van de dorst naar het verhaal.

Vorig jaar brak P.F. Thomése in zijn Staat van het Verhaal een lans voor de anti-schrijver, de schrijver die zich niet laat vangen in het net van de mediaverwachting, die niet voldoet aan de vraag van de praatshows en actualiteitenprogramma’s. Lees en luister de Staat van her Verhaal van Thomése hier terug.

De Staat van het Verhaal is de opening van de festivalavond van Nieuwe Types, waarbij er op vijf locaties in de Arnhemse binnenstad performances, voordrachten, interviews en verrassingsoptredens zijn. Grote namen als Abdelkader Benali, Sjoerd Kuyper en Ingmar Heytze worden gekoppeld aan aanstormende talenten.

 

Foto auteur: Friso Keuris

 

Volgende pagina »