Ynhâld fan ’e Oscar Pistorius-side

© eamelje.net 2001-2019. Alle rechten voorbehouden. All rights reserved

 

Pistorius

Het merkwaardigste argument van dopingbestrijders vind ik altijd dat dopinggebruik oneerlijk zou zijn. Topsport is namelijk per definitie oneerlijk. Bij nogal wat sporten zijn mensen met specifieke lichamelijke kenmerken in het voordeel te opzichte van mensen die deze kenmerken missen. En die lichaamsspecifieke eigenschappen zijn doorgaans niet te veranderen.

Bij basketballen of volleyballen is lichaamslengte een plus. Bij turnen juist niet. Totaal niet zelfs.

Afrikanen zijn bij sporten doorgaans in het voordeel, omdat hun ledematen lang zijn in verhouding tot hun romp. Geeft ze prettig wat meer hefboom. Kwestie van evolutie. Door deze bouw hebben ze een naar verhouding groter lichaamsoppervlakte om hun lichaamswarmte kwijt te kunnen. Eskimo’s hebben gemiddeld juist korte ledematen, en een stevige gedrongen romp, om de warmte beter vast te kunnen houden.

Subtieler wordt het onderscheid al, als spiervezels een rol gaan spelen. Mensen met een West-Afrikaanse achtergrond hebben een grote kans veel snelle spiervezels te hebben. Dus komen bijna alle topsprinters uit die regio, of zijn het afstammelingen van de slaven die uit die regio naar elders zijn verscheept.

Mensen uit Oost-Afrika hebben gemiddeld een grote kans om vooral langzame spiervezels te hebben, die hun energie liever geleidelijk over een lange tijd vrijgeven. Dus zijn de Kenianen en Ehtiopiërs oververtegenwoordigd in de top van bij hardloopwedstrijden over een lange afstand.

Bovendien schijnen de Kenianen en Ethiopiërs nog een voordeel te hebben. Hun kuitspieren. Of beter gezegd, het gebrek daaraan. Want het bezit van spieren is niet alleen een voordeel. De mens is niet zo’n efficiënte machine. Zeker driekwart van de energie die hij of zij aanwendt gaat op aan warmte, en niet aan andere actie — zoals iedere bezoeker aan zo’n sportschool merkt aan zijn medebezoekers. Hoe minder warmte afgevende spiermassa, hoe minder energieverlies een loper heeft.

Voorts levert het landen op een voorgespannen veer per definitie een grotere voorwaartse bewegingsimpuls op dan het landen op een voet; ook al is die getraind om de veerbeweging zo goed mogelijk na te doen.

Dit maakt het logisch dat een atleet die zijn onderbenen mist minder energie nodig heeft om een 400 meter af te leggen dan een gewone atleet die dezelfde tijden haalt. In die zin is het terecht dat Oscar Pistorius wordt uitgesloten van deelname aan de Olympische Spelen. Weliswaar mist hij voetkracht doordat hij op verende lepels loopt, hij heeft toch ook die zo weinig efficiëntie spiermassa niet mee te slepen.


Pistorius | 2

Had ik niet uren van mijn leven besteed aan het verbeteren van mijn aanzet tijdens het hardlopen, zo was een vraag.

Zeker.

Eén van de merkwaardigste oefeningen uit mijn atletiektijd ging om het verbeteren van de kaats. Als de bal van de voet de grond raakte, dienden de tenen zich al meteen in te zetten voor de nieuwe afzet. Probeer dat maar eens, om bijvoorbeeld de grond te raken met achtereenvolgens de bal van de voet, en dan de tenen. Het kost maanden, wil dat een beetje ritmisch gaan.

Sport is niet alleen een kwestie van spieren, en de gewrichten; zelfs het zenuwgestel moet worden afgericht.


Quote of the Day | 0119

Beyond his physical disability, Pistorius is unlike his peers in another, less visible way. Lots of athletes at his level hoard their energy for a single purpose. They train, they eat and they sleep — some of them, like infants, up to 12 hours a day counting their long afternoon naps. They become dull boys or girls as a result — or perhaps they are capable of such narrow focus because they were dull to begin with.

‘The Fast Life of Oscar Pistorius’