Verhandeling over de verbetering van het verstand ~ Spinoza

Pochen op wat ik gelezen heb, gebeurt niet gauw. Of u zoudt boeklog als een voortdurende zelffelicitatie moeten willen zien. En wie kwaad wil, kan dat. Ik geloof alleen nooit dat er veel mensen in mijn omgeving zijn die van deze website weet hebben.

Me schamen over wat ik allemaal niet las doe ik al evenmin. Op een heel enkele uitzondering na. Ik hoor, van mijzelf, nog altijd eens Spinoza’s Ethica te lezen. Het postuum verschenen boek dat hem tot ‘Vader van de Verlichting’ maakte. Een oertekst die meehielp om aan onze beschaving een nieuwe richting te geven. Een bron.

Punt is dan alleen dat zo’n Ethica niet zo maar even op te pakken is, en door te nemen in een paar verloren uurtjes. Het boek zou op zichzelf al niet simpel te begrijpen zijn. En zo’n tekst ontstond domweg niet in een vacuüm. Om te begrijpen hoe radicaal het was wat Baruch Spinoza [1632 — 1677] schreef, moeten daarmee ook wat tijdgenoten worden gelezen.

Dat wordt veel werk. Daar is al haast niet aan te beginnen als de inspanning niet iets oplevert, aan essay of boek.

Vanzelfsprekend is het ook mogelijk om vals te spelen, zoals ik nu een beetje deed met het lezen van Spinoza’s Verhandeling over de verbetering van het verstand. Ook dat is een postuum uitgegeven tekst. Een Unvollendete daarbij. Naar verluidt zou die een voorstudie zijn voor éen van de vijf onderdelen uit de Ethica.

Bovendien is deze tekst ingeleid en nabesproken door Theo Verbeek. Die heeft alle zware werk al gedaan, hij weet de inhoud in de tijd te plaatsen.

Alleen laat Verbeek nu net ook precies zien waarom ik zo’n tekst zou willen lezen zonder de commentaren ernaast. Bij filosofen betekenen nogal wat normale woorden iets anders dan in het normale spraakgebruik. En zo weegt hij Spinoza’s woorden dus ook.

Verbeek bracht eeuwen aan ballast en commentaar in op een wijze die ik de oertekst vond verstikken. Omdat het mij nu net erom gaat de kwetsbare frisheid van Spinoza’s nieuwe vondsten te herkennen. Om te kunnen zien hoe hij al tastend probeerde om verder te reiken. Langs oude barricades te bewegen.

Tegelijk is die veroordeling onzinnig, omdat Verbeek de vertaling maakte, en in die omzetting mij toch ook al stuurde, door zijn woordkeuze daarin.

Ik las de Verhandeling over de verbetering van het verstand alsof dat een gedachtenoefening was van Spinoza. Als een eerste poging tot een inventarisatie van hoe dat eigenlijk gaat, denken, en wat daarbij allemaal meeweegt. Of sterker nog, een verkenning naar wat zoal het denken belemmert.

Spinoza probeerde op een rij te zetten wat elke lezer nodig heeft om de waarheid te leren zien. Hij noemt die waarheid dan ‘het hoogste goed’.

En dan is de Verhandeling over de verbetering van het verstand nog lang niet af. Maar de auteur richtte zich wel op een algemeen publiek, waardoor de abstractiegraad nogal meeviel. Wat de tekst vooral deed daarom, was tonen dat het lezen van die Ethica ooit zeer wel mogelijk is.

Spinoza, Verhandeling over de verbetering van het verstand
Vertaald, ingeleid en van een nawoord voorzien door Theo Verbeek
149 pagina’s
Historische uitgeverij, 2002
oorspronkelijk: Tractatus de intellectus emendatione