dit is het dossier:

Sido Martens

© Boeklog 2005-2019. Alle rechten voorbehouden

 

Klaploper ~ Sido Martens

Verslaafdenproza, zo noemde ik de eerste bundel met verhalen over hardlopen van Sido Martens.

Dat was overigens vriendelijk bedoeld. Maar het hardlopen — dat in hedendaags Nederlands ‘running’ schijnt te heten — is een nogal egoïstisch genoegen. Met een vreemd manisch trekje bovendien. Weliswaar zie ik vele mensen hardlopen op straat; het schijnt de volksport van het moment te zijn. Alleen lacht daar nu nooit eens eentje van. Vertrokken gezichten zijn er daarentegen volop waar te nemen.

Toch weet ik wat deze types bezielt.

Ook ik was ooit een hardloper. En het is merkwaardig hoeveel invloed die relatief korte periode in mijn leven gehad heeft. Nog altijd ben ik in mijn dromen weleens aan het hardlopen, en is dat dan de volstrekt normale manier van zijn. Terwijl het minstens twintig jaar geleden is dat ik serieus in training was.

Tegenwoordig is er weliswaar dat fietsen voor mij — maar prettige dromen levert dit nooit op.

De klaploper vond ik in een aantal opzichten een rijkere bundel dan voorganger De loper. Sido Martens is inmiddels op leeftijd aan het komen. Het verval heeft ook al toegeslagen. Hij heeft zichzelf een klapvoet aangedaan. Door bij het gitaarspelen altijd met zijn benen over elkaar te zitten, is er links een zenuw beschadigd geraakt. Hierdoor is hij de precieze timing kwijt bij het neerzetten van de linkervoet.

Daarom struikelt hij weleens plots. Dan is er weer eens iets misgegaan bij de landing.

En toch moet dat hardlopen doorgaan. Als vanzelfsprekend. Ook als gebreken er bij gaan horen. Omdat een leven zonder hardlopen nu eenmaal geen leven is.

Wonderbaarlijk blijft hoe Sido Martens in zijn boeken telkens een nieuwe manier vindt om bijna krekt hetzelfde te vertellen. Want in bijna elk verhaal gaat hij een eindje hardlopen. Vaak is dat een georganiseerde wedstrijd. Soms beschrijft hij een trainingsrondje thuis.

Want, over dat lopen ís eigenlijk niet te schrijven — zoals ik laatst ook al constateerde van het schrijven over fietsen. De beweging spreekt te zeer voor zich. Daarom moet een verhaal al over de omstandigheden gaan buiten die loopbeweging om. En dus zit er een grote mate van toevalligheid in wat er dan op het pad komt van de schrijver.

Maar ziet, de plotselinge kwetsbaarheid van de schrijver maakt dat hij ook weleens tot universeler verhalen komt. Die niet per se meer verslaafdenproza zijn, allereerst bedoeld voor ingewijden, die er zo veel in zouden kunnen herkennen.

scheiding

Wat me wel stoort is het aantal dikbillen, kamerolifanten en hangbuikzwijntjes dat me tegenwoordig voor blijft tijdens een plaatselijk hardloopevenement. Hoe kan iemand met 10 kilo gestolde welvaart achter zijn navel harder lopen dan ik? Hoe bestaat het dat een vrouw met het vetschort van een blauwe vinvis mij halverwege een tien-kilometerloopje waggelend inhaalt terwijl ik heus niet stilsta en ook nog ruim voor de bezemwagen uitloop.

Is er dan geen enkele gerechtigheid meer? Ik die mijzelf ontzie, zo gezond mogelijk eet, geen alcoholische dranken nuttig en me matig in alles. Die elke dag minstens een half uur rent om vervolgens met bezweet voorhoofd en bestofte kuiten weer het tuinpad op te kreupelen in de hoop gespaard te worden voor enge ziektes, nare kwalen te vroegtijdig overlijden in het algemeen. Waarom moet ik het afleggen tegen dragonders en tweehonderdponders die met hoofden als stoomketels, uitpuilende ogen en veel te korte bleke pootjes in strakgespannen tights me voorbijdeinen alsof ik stilsta.

[Wegwaaiweg 82-83]
scheiding
Sido Martens, De klaploper
146 pagina’s
Ren Pen Produxies, 2013

Loper ~ Sido Martens

Als een boek vol staat met sexscène’s, dan heet zo’n uitgave porno. Maar hoe dan een boek te noemen dat vol staat met hardloopscène’s? Hardloopporno als label gebruiken, kan eigenlijk niet. Want ik denk niet dat iemand in die zin opgewonden zal raken van Dirk van Weelden’s hardloopboeken. Of Dolf Jansen zijn marathonsaga’s. Of Sido Martens’ loopproza.

Ook hijzelf lijkt niet altijd even veel plezier aan het hardlopen te beleven. En toch moet dat lopen gebeuren.

Verslaafdenproza. Dat levert het hardlopen dus waarschijnlijk op. Omdat de activiteit allereerst zo’n zelfzuchtig genoegen is. Maar omdat zo veel andere mensen ook weleens loopschoenen aantrekken, roept het relaas van de éen al gauw herkenning bij de ander op. De kick is blijkbaar nogal universeel. Het lichaam loopt, en ondertussen mag het verstand ook nog mee, als blinde passagier. Maar helemaal doet het toch niet mee, al die tijd, onder de inspanning.

Het wonderbaarlijke aan De loper vond ik dat er zo veel variaties op een nogal voorspelbaar thema mogelijk waren. Vrijwel elk verhaal in deze bundel gaat over éen wedstrijd. Martens noemt de naam daarvan niet, noch de plaats waar het evenement plaatsvond, of het jaartal. Die doen er op zich ook niet toe, al meende ik als oud-atleet wel de Merenloop in Grou te herkennen, en de Leijenloop. Al die wedstrijden zijn anders dan de vorige, zelfs al speelt die zich op hetzelfde parcours af, een jaar later. Al die wedstrijden zijn anders voor wie ze zelf liep.

Het laatste verhaal in het boek, met de titel ‘De loper’, legt onder meer uit hoe de even zo succesvolle popmuzikant Sido Martens na zijn dertigste het rennen ontdekte. Eigenlijk wou hij fietser worden. Maar het gedaver over klinkerweggetjes, en het domme geleun met zijn handen op het stuur, taste zijn gitaarspel te veel aan.

Inmiddels is Martens alweer tijden als redacteur aan loopbladen verbonden.

Mooi aan dit boek vond ik vooral de zijdelingse opmerkingen, over hoe sommige zaken minder vanzelf spreken. Dan staat er dat hij inmiddels net zo lang doet over de tien Engelse mijlen als voorheen de halve marathon.

Over hoe het herstel na die wedstrijden verloopt, en of dat is veranderd, staat er dan weer niets in. Of over hoe het is om niet te kunnen lopen. Maar het boek gaat dan ook niet over hoe dat hardlopen móet, of gaat, Martens beschreef hoe dat hardlopen ís.

Sido Martens, De loper
160 pagina’s
Bornmeer, 2008